.
Voordat we verder gaan, wil ik je uitnodigen om heel even stil te staan bij de situaties uit de video.
Welke gedachte kwam als eerste bij je op?
Merk die gedachte op, je hoeft nog niet te bepalen of die klopt.
Laten we nu kijken wat er op zo’n moment in ons brein gebeurt.
Wanneer gedrag ons raakt, geeft ons brein er razendsnel een betekenis aan. Dat gaat automatisch omdat het voortdurend probeert te begrijpen wat er gebeurt. Daardoor kan onze eerste interpretatie al snel als een feit aanvoelen.
Je kind ruimt de tas niet op.
Misschien denk je: "Hij luistert slecht."
Je kind begint niet aan het huiswerk.
Misschien denk je: "Ze stelt alles uit."
Je kind wordt boos wanneer je over school begint.
Misschien denk je: “Hij weigert gewoon om over school te praten.”
Misschien herkende je één van deze gedachten.
Je ziet dat je kind niet doet wat je vraagt.
Je kunt daaruit concluderen: "Mijn kind wil niet luisteren".
Maar dat is niet wat je ziet. Het is de betekenis die je aan het gedrag geeft.
Onderstaande flipcards laten het onderscheid zien tussen een interpretatie en een feitelijke waarneming.
.
.
Wanneer je gedrag niet direct ziet als onwil, maar eerst even stilstaat bij wat er mogelijk speelt, verandert er iets.
Niet alleen voor je kind maar ook voor jou.
Je hoeft niet direct te weten waarom je kind zo reageert. Je hoeft ook niet meteen de juiste oplossing te vinden. Vaak is het al genoeg om jezelf één vraag te stellen:
Zou er ook iets anders kunnen spelen?
Die vraag helpt je om nieuwsgierig te blijven.
En juist vanuit die nieuwsgierigheid ontstaat ruimte om beter aan te sluiten bij wat jouw kind op dat moment nodig heeft.
Anders kijken betekent dat je niet alleen kijkt naar wat je kind doet, maar ook probeert te begrijpen wat er achter dat gedrag kan liggen.
Deze open en nieuwsgierige manier van kijken noemen we mentaliseren. Je staat stil bij de gedachten, gevoelens, wensen en bedoelingen die bij je kind kunnen meespelen, én bij wat er op dat moment in jezelf gebeurt.
Daarbij houd je open dat je het niet zeker weet en dat je eerste interpretatie één mogelijke verklaring is.
Je kunt beginnen met de drie stappen die in iedere les gaan terugkomen:
Kijk – Pauzeer – Pas toe
Wanneer je de volgende keer merkt dat gedrag je raakt, kijk dan eerst.
Wat zie je feitelijk gebeuren?
Pauzeer daarna heel even.
Welke gedachte komt als eerste bij je op?
En pas dan toe wat je in deze les hebt geleerd door jezelf één vraag te stellen:
Zou er ook iets anders kunnen spelen?
Je hoeft het antwoord nog niet te weten.
Alleen al door die vraag te stellen, houd je ruimte voor een andere verklaring.
Dat helpt je om met meer rust te reageren.
Kies nu een situatie uit je eigen dagelijks leven en bekijk die aan de hand van Kijk – Pauzeer – Pas toe
In het blok hieronder lees je hoe je hiermee aan de slag gaat.
-
.